Als iemand met veel ambitie ben ik eigenlijk altijd wel op zoek naar hoe ik het leven fijner kan maken voor mijn familie. Ik heb van dichtbij gezien hoe moeilijk het kan zijn als iemand eigenlijk niet meer zelfstandig kan wonen, maar wel alles op alles zet om in zijn of haar vertrouwde omgeving te blijven. Je merkt dat het lijf niet meer meewerkt, dat de dagelijkse dingen zwaarder worden – en toch is het idee van een verpleeghuis of aanleunwoning een brug te ver. Mijn oma woont al 50 jaar in hetzelfde huis, mijn ouders ook al een paar decennia. Dat raakte me, want ik zie ze niet zo snel verhuizen. En het zette me aan het denken: wat als onze ouders later ook hulp nodig hebben? Hoe willen mijn vriend en ik dat aanpakken? We hebben het hier vaak over.
We zijn zelf bezig met plannen voor een containerwoning op een stuk land, en hoe meer ik me verdiep in die wereld, hoe vaker ik op het concept van zorgwoningen stuit. En eerlijk? Het voelt als dé oplossing voor de vragen waar ik al een tijdje mee rondloop.
Wat is een mantelzorgwoning?
Een mantelzorgwoning is een zelfstandige woning op hetzelfde perceel als de hoofdwoning, bedoeld voor iemand die zorg nodig heeft. Dat kan een ouder zijn, een broer of zus, of zelfs een vriend(in). Er is geen inschrijving nodig bij de gemeente, geen vergunning als je voldoet aan de voorwaarden, en het mooie is: je woont dichtbij, maar wel met behoud van ieders privacy.
Het is dus géén logeerkamer in je huis of een aanleunflat verderop. Het is echt een eigen plek, vaak in de vorm van een tiny house of containerwoning, die van alle gemakken is voorzien. Wonen op een manier die past bij deze tijd – duurzaam, efficiënt en liefdevol geregeld.
Wat me aanspreekt aan een mantelzorgwoning, is de combinatie van nabijheid en zelfstandigheid. Je bent er als het nodig is – voor een boodschap, een warme maaltijd of gewoon even een praatje en gezelligheid – zonder dat je iemands hele dag overneemt (of lees: zij de mijne). Dit is echt perfect!
Het past ook bij onze manier van wonen
Mijn vriend en ik dromen al een tijdje van een eigen containerwoning – compact, duurzaam, en helemaal naar onze eigen wensen ingericht. De gedachte dat we op hetzelfde perceel ook plek zouden kunnen maken voor een mantelzorgwoning, maakt dat idee nog rijker. Het voelt toekomstbestendig. Niet alleen voor onszelf, maar ook voor de mensen van wie we houden.
Want laten we eerlijk zijn: de zorg in Nederland staat onder druk. En hoewel er veel goed gaat, is het fijn om een alternatief achter de hand te hebben. Ik maak me daar namelijk best zorgen om. Dit is iets wat je zélf kunt organiseren, en daar houd ik van. Zonder afhankelijk te zijn van wachtlijsten, instanties of zorgverzekeraars. Nu alleen nog dat stuk land.

Hoe je dit doet
Als je hier ook over nadenkt, dan is dit een goed stappenplan om mee te starten:
- Bespreek het op tijd
Begin het gesprek met je ouders of andere naasten. Hoe zien zij de toekomst? Willen ze dichtbij wonen als het nodig is? - Check de regels bij jouw gemeente
Een mantelzorgwoning bouwen is vaak vergunningsvrij, maar er gelden wel voorwaarden. Denk aan maximale afmetingen en wie er gebruik van mag maken. Omdat wij nog niet weten in welke gemeente we land kunnen kopen kunnen we hier helaas nog niks mee. - Kies een passende woonvorm
Een tiny house, prefab woning of een aangepaste containerwoning? Kijk wat past bij de behoeften van degene die er gaat wonen, én bij jullie perceel. Een alleenstaande ouder heeft weer wat anders nodig dan een getrouwd stel. - Denk aan de zorg
Je hoeft geen professionele zorgverlener te zijn, maar het is wél handig om te kijken wat jij of je partner kunt en wilt doen, en waar professionele hulp eventueel nodig is. - Regel het juridisch goed
Denk aan eigendom, kostenverdeling, en wat er gebeurt als de zorgsituatie verandert.
Ik weet dat mantelzorg pittig kan zijn. Zorg verlenen aan iemand die je liefhebt is helemaal niet licht of simpel. Vooral niet als je een eigen gezin hebt en een fulltime baan. Maar met een mantelzorgwoning kun je het op een manier vormgeven die wél klopt. Voor iedereen. Zonder op te gaan in elkaars leven, maar mét ruimte voor echte verbinding.
Voor mij voelt het logisch om nu alvast te bouwen aan een plek waar straks ook anderen kunnen wonen. En wie weet, hebben wij over 50 jaar zelf ook zo’n plekje nodig. Dan is het cirkeltje rond.